Jongerenpraktijk De Kaardebollen

Hoe kunnen ouders faalangst herkennen?

Door veel interesse te tonen geef je het kind de ruimte te vertellen over gebeurtenissen, ervaringen en gevoelens op school.
De volgende kenmerken komen veelvuldig voor bij faalangstige jongeren:

Gedragskenmerken bij het dagelijks functioneren:

  • Faalangstige kinderen hebben er een sterke behoefte aan dat anderen positieve verwachtingen uitspreken over hun functioneren.
  • Graag meerdere malen een reactie willen krijgen op het werk dat ze geleverd hebben.
  • Bij nieuwe opdrachten zijn ze vaak onzeker en weten niet goed hoe die aan te pakken.
  • Snel uit balans gebracht zijn wanneer de sfeer thuis of in de klas niet goed is.
  • Gedragskenmerken in de groep/klas tijdens de uitleg:

  • Als er nieuwe stof wordt uitgelegd horen ze vaak niet of nauwelijks wat er gezegd wordt.
  • Als de leraar een vraag aan de groep stelt duiken ze weg achter anderen of buigen voorover.
  • De leraar niet aankijken tijdens de uitleg.
  • Geen vragen durven stellen over de nieuwe stof.
  • Net doen of ze heel druk bezig zijn als de leraar hun kant opkijkt.
  • Moeite om de grote lijn tijdens de uitleg vast te houden.
  • Gedragskenmerken tijdens toetsen en beurten:

  • Voor en tijdens de toets onrustig bewegen en er opgewonden uitzien.
  • Veel vragen stellen over wat ze precies moeten doen.
  • Later starten dan anderen met de eerste opgave of heel gehaast beginnen te werken zonder eerst de opgaven goed te lezen.
  • Vaak beginnen met de moeilijkste opgave.
  • Sterk reageren op geluiden, bewegingen en andere prikkels in het lokaal en de omgeving.
  • In de war raken wanneer ze aan het einde hun werk controleren.
  • Na afloop geen idee hebben of de toets goed of slecht gemaakt is.
  • Gedragskenmerken in het contact met andere jongeren.

  • Veel negatieve opmerkingen maken over anderen en zichzelf.
  • Zich onbehaaglijk voelen in gezelschap van kinderen die een hogere plaats innemen in de groepshiërarchie.
  • Voortdurend steun zoeken bij anderen.
  • Zeer gevoelig zijn voor kritiek, sommigen zijn zelfs bang voor complimenten.
  • Niet durven weigeren als anderen iets van hen gedaan willen hebben.
  • Psychische kenmerken van faalangst.

  • Gedachten niet goed bij de toets kunnen houden.
  • Aan niets anders meer kunnen denken.
  • Terugdenken aan vorige gebeurtenissen waarin iets niet goed ging.
  • ( als iets goed gaat) Het was toeval.
  • Het was makkelijk, want het was vaak uitgelegd.
  • Ik kan dat nu eenmaal niet.
  • Mislukking ligt aan mij.
  • Ik ben de enige met zulke problemen.
  • Een negatief beeld van zichzelf hebben.
  • Vermijdingsgedrag vertonen om aan de verwachte mislukking te ontkomen. (Bijvoorbeeld de verkeerde bladzijde geleerd hebben).
  • Spijbelen.
  • Terwijl kinderen zonder faalangst denken:

  • Ik ben hier goed in.
  • (bij mislukking) Ik deed niet mijn best, ik heb pech gehad, de stof was te moeilijk.
  • Lichamelijke kenmerken van faalangst

  • Moeilijk in slaap komen.
  • Vroeg wakker worden.
  • Veel plassen of diarree hebben.
  • Misselijk zijn.
  • Buik- of hoofdpijn hebben.
  • Trillen.
  • Last van sneller kloppen van het hart hebben.
  • Pijn op de borst hebben.
  • Te veel ademhalen (soms hyperventileren).
  • Lichamelijke klachten zijn, zeker bij kinderen, vaak een signaal van psychische problemen. (Psychosomatische klachten)

    Vanuit vrees voor mislukking

  • Mikken faalangstige kinderen op een maximaal resultaat, de gedachten zijn niet zozeer geconcentreerd op de opdracht zelf, maar vooral op de vraag hoe mislukking te voorkomen.
  • Vertonen ze vermijdingsgedrag om mislukkingen te voorkomen.
  • Cognitief: verkeerde bladzijde geleerd.
  • Sociaal : contact met medeleerlingen uit de weg gaan.
  • Motorisch: vaak ‘zogenaamde blessures’.
  • Klik hier voor informatie over faalangst.
    Klik hier voor informatie over faalangst training.
    Klik hier om contact op te nemen.


    Statistieken